Syndroom van Asperger

Inhoud

1. Inleiding
2. Diagnose
3. Andere persoonlijkheidskenmerken van het syndroom van Asperger
4. Mensen met het syndroom van Asperger leren omgaan met anderen
5. Omgaan met emoties
6. Besluit

1. Inleiding

Het syndroom van Asperger is relatief nieuw opgenomen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)en is onder de pervasieve ontwikkelingsstoornissen geplaatst (net zoals autisme). Mensen met het syndroom van Asperger krijgen vaak de verkeerde of maar op een latere leeftijd de diagnose. Dit komt omdat ze hun problemen redelijk kunnen verbergen door hun sterke punten (terwijl mensen met een zwaardere vorm van autisme vlugger worden opgemerkt). Juist doordat ze hun problemen zo goed kunnen verbergen, is er vaak onbegrip voor mensen met het Syndroom van Asperger, ondanks het feit dat deze stoornis grote problemen in de omgang met anderen oplevert.

2. Diagnose

Het doel van een diagnose is niet een label geven, maar een soort samenvatting weergeven waarin de kenmerken beschreven worden. Daardoor is er meer kans dat een persoon de juiste hulp en aanpassingen krijgt.

De diagnose voor het syndroom van Asperger wordt opgedeeld in 2 categorieën. Volgens het DSM moet een persoon voldoen aan 2 kenmerken uit de eerste categorie en aan 1 kenmerk uit de tweede categorie. Naast de twee categorieën, zijn er nog 4 noodzakelijke criteria om een diagnose van Asperger te rechtvaardigen.

Categorie 1: beperking in de sociale interactie (minimum twee kenmerken vertonen)

  • Duidelijke beperking in het gebruik van diverse vormen van non-verbaal gedrag (oogcontact, gezichtsuitdrukking, lichaamshouding…). De persoon heeft moeite met het interpreteren en tonen van lichaamstaal.
  • De persoon is niet in staat om een relatie aan te knopen met leeftijdsgenoten die past bij het ontwikkelingsniveau. (Uit zich vaak in het hebben van oudere of jongere vrienden)
  • Er is geen interesse in de andere persoon. Er wordt geen rekening gehouden met wat de ander interessant zou kunnen vinden.
  • Het empatisch vermogen functioneert anders dan bij mensen zonder autisme/Asperger syndroom . De persoon heeft moeite om zich in te leven in de gevoelens van de anderen.

Categorie 2: betrekking op beperkte, zich herhalende en stereotiepe gedragspatronen, interesses en activiteiten (minimum 1 kenmerk vertonen)

  • Sterke bezighouding met 1 of meer stereotiepe en beperkte interessepatronen, waar er abnormaal veel aandacht wordt aan besteed.
  • Duidelijke vasthouding aan specifieke niet functionele routines of rituelen.
  • Stereotiepe motorische handelingen die voortdurend worden herhaald.
  • Een hardnekkige preoccupatie met delen van objecten.

4 noodzakelijke criteria voor Asperger

  • Deelname aan sociaal verkeer is beperkt door de gedragingen van de persoon
  • Er is geen aantoonbare taalachterstand
  • Er is geen aantoonbare achterstand in de cognitieve ontwikkeling.
  • De persoon voldoet niet aan diagnostische criteria voor een andere specifieke pervasieve ontwikkelingsstoornis of schizofrenie.

3. Andere persoonlijkheidskenmerken van het syndroom van Asperger

Naast de kenmerken die een persoon moet vertonen volgens het DSM, zijn er nog een aantal kenmerken die frequent voorkomen bij mensen met Asperger.

  • Gemiddeld tot bovengemiddeld IQ
  • Concreet zwart-wit denken, letterlijk denken. De persoon heeft moeite om ongeschreven regels te begrijpen. Er is ook moeite om non-verbale communicatie te interpreteren, de persoon is dus vaak afhankelijk van woorden, die hij letterlijk neemt.
  • Er is geen grote achterstand in verbale communicatie. Ze gebruiken correcte zinnen, zonder echter te weten wat deze precies betekent. Er is ook een ander gebruik van melodie, ritme, tempo en toonhoogte.
  • De persoon weet niet hoe een vriendschap te sluiten, omdat hij moeite heeft om zich in te leven in de ander.
  • De persoon ervaart een overmaat aan emoties en heeft moeite om te herkennen welke emoties hij voelt en hoe hij deze kan uiten zodat andere hem begrijpen.
  • Er zijn problemen in de sociale omgang.
  • De persoon is goed in exacte vakken.
  • Er is overgevoeligheid op het gebied van zien, tast, horen en/of smaak. Er is vaak overprikkeling, waarop er vaak negatief op gereageerd wordt.

4. Mensen met het syndroom van Asperger leren omgaan met anderen

Mensen met het syndroom van Asperger vertonen een opvallend tekort in de omgang met anderen. Een aantal strategieën kunnen deze mensen helpen bij hun sociale vaardigheden. Twee voorbeelden van zo’n strategieën zijn ‘het verborgen curriculum opsporen’ en ‘omgaan met idioom en figuurlijk taalgebruik’.

Het verborgen curriculum opzoeken

Onder verborgen curriculum verstaat men de ongeschreven regels die niemand direct leert, maar die iedereen wel kent (Bijvoorbeeld: andere personen ook laten praten waarin zij geïnteresseerd zijn, anders zal er geen vriendschap ontstaan). Om deze ongeschreven regels aan een persoon met Asperger te leren, kun je een situatie nadoen aan de hand van een rollenspel, en zo uitleggen hoe ze een bepaald conflict kunnen vermijden.

Omgaan met idioom en figuurlijk taalgebruik

Mensen met het Asperger syndroom hebben moeite wanneer iemand een uitdrukking gebruikt waarbij de feitelijke betekenis verschilt met de letterlijke betekenis (wat de persoon dus zegt). Dit noemt met een idioom (Bijvoorbeeld: Zand erover de persoon zal zich afvragen waar er zand over moet). Bij dit probleem kan een rollenspel die de betekenis uitlegt ook weer helpen. Eenvoudige strips en tekstballonnetjes kunnen ook het verschil tussen figuurlijk en letterlijk uitleggen.

5. Omgaan met emoties

Mensen met het syndroom van Asperger uiten hun emoties heel anders dan gebruikelijk. Er zijn soms ook onvermijdelijke woede-uitbarstingen, die anderen vaak als onredelijk beschouwen, omdat ze uit het niets lijken te komen.

Bij de woede-uitbarstingen kan het helpen als je de signalen kent die aan zo’n woedeaanval voorafgaat. Zo kun je de persoon uit de situatie verwijderen (op een positieve manier bv: de persoon een andere opdracht geven) zodat het niet tot een uitbarsting komt. De persoon zelf kan een aantal tactieken leren die kalmerend werken, zoals zich gaan bezighouden met iets dat hem sterk interesseert.

Het is moeilijk om in te schatten hoe een persoon met het syndroom van Asperger zich voelt, juist omdat hij zijn emoties op een andere manier toont. Een middel om zijn emoties beter te kunnen begrijpen, is een Emotiethermometer. Daarop staan verschillende emoties op aangeduid, met daarnaast beschreven hoe de persoon zich in het algemeen gedraagt en welke activiteiten helpen in die situatie. Zo’n emotiethermometer is er ook voor de stress aan te duiden. Daarop staat het stressniveau aangeduid, de lichaamssignalen en verschillende kalmeermethoden.

Als mensen met het Syndroom van Asperger leren omgaan met het uiten van hun gevoelens op een meer sociaal-aanvaardbare manier zal dit hun helpen in de omgang met anderen.

il_570xN.328894782.jpg

etsy.com, 25 november 2012
(Voorbeeld van een emotiethermometer)

6. Besluit

Al hebben mensen met het syndroom van Asperger vaak geen probleem met het communiceren en zijn ze een sterk geheugen , toch hebben ze in het dagelijkse leven problemen in de omgang met anderen. Ze kunnen zich maar moeilijk inleven in de ander en begrijpen de ongeschreven regels niet, wat vaak tot ergernis of conflicten leidt bij andere mensen. Het syndroom van Asperger mag dus niet onderschat of als ‘maar een beetje autisme’ bekeken worden.